NicWent1940

Hoe de Leider voor Volk en Vaderland behouden bleef

Onderzoek naar de uitgave en uitgever van Hoe de Leider voor volk en vaderland behouden bleef.
Het boekje is geschreven door Nic. Went en in 1942 uitgegeven door Autonic. Het is het relaas van de onderduik van A. Mussert, de leider van de NSB in de meidagen van 1940. Hoewel Nicolaas Went als voortvluchtig te boek stond, was het in 1998 mogelijk hem in Duitsland te vinden. In zijn brieven is hij verward en vermoed hij overal complotten. Inmiddels is hij overleden.

Hieronder het resultaat van het onderzoek. Over het onderzoek is een publicatie verschenen in de Gooi- en Eemlander van 17 juli 1999.

 

Nicolaas Went op 70-jarige leeftijd.

Nicolaas Went op 70-jarige leeftijd.

Garage en Uitgeverij Autonic[1]

 

In tegenstelling tot de geschiedschrijving van de illegale pers en ­uitgeverij tijdens de Tweede Wereldoorlog is het onderzoek naar uitgevers die zich in de Nieuwe Orde konden vinden, pas eind jaren ’80 op gang gekomen.

Al tijdens de oorlog waren er verzamelaars van illegale uitgaven. Volledige collec­ties van collaborerende of natio­naal-socialis­tische uitgeverijen zijn er ook nu nog niet.

In Bussum was geves­tigd de “Nationaal-socialistische uitgeve­rij ‘Autonic'”. Van deze uitgeverij is slechts één titel bekend. Dat het geen grote uitgeverij betreft, is dus wel duidelijk. Maar is het bij die ene publica­tie gebleven? Speelde de uitgeve­rij een rol in het boeken­vak? Wie zat er achter de naam Auto­nic?

 

In mei 1942 verschijnt bij de Bussumse uitgeverij Autonic: Hoe de Leider voor volk en vaderland behouden bleef, ge­schreven door ing. Nic. Went. Het boek vertelt over de ‘onder­duik’ van Anton Mus­sert, leider van de NSB, gedurende de meidagen van 1940. Het is een klein formaat, gebonden boekje en het kost bij verschijnen 2 gulden.  Het is gedrukt bij drukkerij Märkelbach, eveneens in Bussum. De naam van de uitgeverij doet vandaag de dag denken aan een uitge­verij van compu­terboeken. Voluit heette het ‘Natio­naal-socia­listische uitge­ve­rij Autonic’, waar­mee meteen duide­lijk is uit welke hoek de wind waait. Behalve een uitgeve­rij was Autonic vooral een garage, tevens Forddealer.

 

Forddealer

Op 25 januari 1936 schrijven Nicolaas Went en M.L.Q. van Ledden Hulsebosch[2] bij de Kamer van Koophan­del in Hilversum in: de firma ‘Went & van Ledden Hulsebosch, verkoop van Fordproducten en garage’. Het bedrijf is gevestigd aan de Landstraat 116 in Bussum. Went en Van Ledden Hulsebosch kennen elkaar van hun werk bij de Amsterdamse Fordfabrieken.

Al na anderhalf jaar, in oktober 1937, komt aan de samenwer­king een einde. Van Ledden Hulse­bosch stapt uit de vennoot­schap. Aanlei­ding voor het ontbin­den van de samen­wer­king zou kunnen zijn dat Van Ledden Hulsebosch zich niet kan vinden in de politieke koers die Went vaart. Went zet de zaak alleen voort. In 1939 gebruikt hij de naam Autonic – auto(=zelf) Nic(olaas Went) – in adverten­ties. Bij het begin van de oorlog werken bij Autonic ongeveer 20 mensen, de omzet bedraagt zo’n 250.000 gulden per jaar. Een behoorlijk bedrijf.

 

Nicolaas Went

Nicolaas Went wordt op 26 maart 1903 geboren in Amsterdam. Na een speurtocht van twee jaar blijkt de dan 96-jarige Went in 1998 nog in een voorstad van München te wonen. Na de HBS volgt hij een opleiding Werktuigbouw aan de M.T.S. Amsterdam. In 1926 is zijn studie afgerond en vertrekt hij voor een aantal jaren naar het buiten­land. In 1926-’27 werkt hij eerst in München in een grote loco­motief- en machinefa­briek, daarna in een automo­bielfabriek in Antwer­pen. Nog in 1927 vertrekt hij voor een jaar naar Ameri­ka. Went raakt onder de indruk van de kwaliteit, techniek en organi­satie van Ford. Van zijn werkzaamheden doet hij in de jaren daarna ver­slag in de Almanak van het Corps M.T.S. Amsterdam, waar­van hij hoofdredacteur is. Terug uit Amerika gaat hij weer naar München, niet alleen omdat hij daar als arbeider weer aan de slag kan, maar ook vanwege Else Kirch­hoff[3], de München­se met wie hij op 4 sep­tember 1928 in Amsterdam trouwt.

Woonhuis Nicolaas Went aan de Nieuwe Bussummerweg 149 te Huizen.

Woonhuis Nicolaas Went aan de Nieuwe Bussummerweg 149 te Huizen.

Went blijft Ford trouw, en werkt bij Ford in Rotterdam. Ook is hij betrokken bij de start van de Fordfabriek in Amster­dam (1933). Bovendien rijdt hij diverse rally’s voor Ford. In augustus 1932 verhuist Went naar Hui­zen, Nieuwe Bussummer­weg 149.

Voor familiebezoek komt Went regelmatig in München, daar hoort hij Hitler beloven alle 7 miljoen werklozen weer aan het werk te krijgen. Als blijkt dat Hitler zijn woorden waar maakt wordt Went nationaal-socialist. In juni 1935 meldt hij zich aan als lid van de NSB, en krijgt stam­boek­nummer: 49135.

 

Kleinzoon van Hildebrand

Zoals blijkt kan Went ondanks de crisistijd zich het een en ander veroorloven. Hij komt uit een welgestelde familie. Zijn vader, Jean Jacques Went (1873-1941), is directeur van de Deli Bataviamaatschappij, een rubberplantage op Sumatra. Zijn moe­der, Ada Geertruida Beets (1871-1955), is de jongste dochter van de bekende literator Nico­laas Beets, Hildebrand (1814-1903). Herhaaldelijk refereert Went aan grootvader Beets, van wie hij zijn schrijf­lust en vermeend -talent meent geërfd te hebben.

Went schrijft altijd. Voor het Algemeen Handelsblad treedt hij op als journalist in de jaren 1927-1934. Hij schrijft er over automobielen en de automo­bielindustrie. Hij is mede­werker voor het maandblad Fordwereld en schrijft speci­ale opdrach­ten – wedstrijdver­slagen, servicebulletins, en dergelijke – voor de Ford­fabrieken. In 1940 is Went medeoprichter en ‘hoofd­opsteller’ (hoofdredacteur) van De Zwarte Sol­daat, het blad van de WA (Weerafde­ling van de NSB) tot hij in 1941 door commandant mr. A.J. Zon­dervan uit de WA wordt gezet. Verder schrijft hij brochures voor het ‘Technisch Gilde’ en ‘Het Nederlandsch Gilde van Automo­biel­technici en verkeersdeskundigen’

 

Uitgeverij Autonic

Op 13 juni 1941 schrijft Nicolaas Went de ‘Nationaal-socialisti­sche Uitgeverij Autonic’ in, bij de Kamer van Koophandel in Hilversum[4]. De uitgeverij is gevestigd aan de Lammert Majoor­laan 33, te Bussum. Dat is aan de achterkant van het pand Landstraat 116 waar de garage gevestigd is.

In een bewaard gebleven dagboek[5] schrijft Went hoe het boek Hoe de Leider voor Volk en Vaderland behouden bleef tot stand is gekomen: “… op verzoek van Kameraad Gooijer [bij wie Mus­sert onder­ge­doken zat; hvdv] heb ik een boekje geschreven over de won­der­baarlijke wijze waarop de Leider in de dagen van 10-15 Mei 1940 behouden bleef. Dit heeft Gooijer den Leider op diens verjaardag [op 11 mei 1941] aangeboden.”

Op dat moment bestaan er van het boek slechts twee exemplaren. In een brief van mei 1941, aan Mussert, stelt Went voor het boekje, ‘waar­van het zetsel is blijven staan, in een eenvou­diger uitvoering voor kameraden beschikbaar te stel­len’. Went vraagt Musserts toestemming om een portret van de Leider in de nieuwe druk te mogen opne­men. Met een deel van de opbrengst kan de fam. Gooijer geholpen worden.

Tijdens een gesprek dat Went op 7 juni 1941 met Mussert heeft, blijkt Mussert behalve enkele ‘kleine wijzigingen’ nog meer wensen te hebben: “hij[Mussert] wil het onder meer uitge­breid zien met de verhalen van de kameraden Hein en Hartke”.

­In het boekje dat in 1942 verschijnt zijn de wensen van Mus­sert terug te vinden.[6] Het bevat de opdracht: “Uit liefde tot den Leider is dit boekje ontstaan en in dankbaarheid opgedra­gen aan die trouwe kameraden die zijn leven beschermden”

Went adverteert voor dit boekje onder andere in De Daad. Weekblad voor het gewest Noord-Holland der NSB dat op vrijdag 8 mei 1942 ver­schijnt.[7]

 

Verbod

De advertenties blijven niet onopgemerkt. Ernst Voorhoeve, Leider van de Propagandadienst der NSB, ontvangt diverse reacties. Het aangekondigde boekje wordt neergesabeld, “Het boekje van Went over den Leider is een schandaal”[8]. Voor­hoeve is het daar grondig mee eens. Om zijn positie te versterken stuurt hij een aantal drukproeven ter beoordeling naar een aantal partijgenoten. Binnen een maand komt hij met een voor­stel aan Mussert. Op 23 Zomermaand (juni) 1942 schrijft Voor­hoeve aan ‘den Leider der Natio­naal-Socialis­tische Beweging’: “Dit boekje is naar mijn mening en naar de mening van mijn naaste medewer­kers een regelrechte antipropaganda en zeer schadelijk voor de reputatie van Uw persoon en van Uw Beweging. …. Mag ik U voorstellen de verdere verkoop van dit boekje te verbieden of door mij te doen verbieden en mij het recht te geven de gehele oplaag van de uitgever op te kopen en te doen vernietigen? Juist dezer dagen bereikte mij het bericht, dat felle anti nationaal-socialistische boekhandelaren het werkje aan huis te koop aanbieden.”

Mussert, die het manuscript twee keer gelezen heeft, correc­ties heeft aangebracht en instemde met publicatie, laat zich overtuigen door Voorhoeve.

De voorraad van Hoe de Leider voor Volk en Vaderland behouden bleef wordt door het Departement gekocht voor een bedrag van fl. 2625,25. Ongeveer een derde van de oplage is reeds verkocht of aan de boekhandel geleverd, deze exemplaren kunnen gewoon ver­kocht worden.[9]

 

Overige uitgaven?

Nicolaas Went bevestigt desgevraagd dat bij Autonic nog een ander boek is verschenen.[10] Een jaar eerder heeft hij, op verzoek van de WA, het jubileum boek van deze organisatie geschreven: Een jaar Lijfwacht van den Leider[11]. In dit boek is geen uitgever vermeld.

In zijn ”Staat van Dienst in de bewe­ging”, aanwezig in de documentatie­lijst van de NSB[12] zit een brief uit december 1941 aan Hopman Hein, comman­dant Lijfwacht van den Leider, waarin Went de kosten van het boekje opsomt. Daaruit blijkt dat er op dat moment 70 exemplaren zijn gedrukt waarvan 20 gebonden[13]. Het is een zeer verzorgde uitgave, verlucht met 14 ingeplakte foto’s. Het boekje opent met een foto van de Leider dan het gedicht ‘Zijn Lijfwacht’ van N. Colas, achter wie Nicolaas Went zelf schuil gaat.

 

Veroordeeld

Op 4 september 1944, een dag voor Dolle Dinsdag vertrekt Nicolaas Went richting Duitsland[14]. De garage geeft hij in handen van zijn bedrijfsleider de heer H. Brouwer, die naast de zaak woont. “Brou­wer – hoewel politiek tegen­stander van Went – was door Went schrifte­lijk gemach­tigd de zaak verder te voeren..”[15] Went keert nooit meer naar Nederland terug.

In 1946 wordt Went door de Zuiveringsraad voor de uitgeverij, de boekhandel, het leesbibliotheek- en het kioskwezen en de bedrijfsreclame veroordeeld. Het wordt Went verboden “een leidende functie uit te oefenen in enige onderneming, in welke tak van bedrijf ook”. De straf wordt opgelegd voor een periode van 5 jaar, in­gaande 1 oktober 1946. Kern van de veroordeling is de uitgave van het boek over de onderduik van Mussert, omdat “daarin doorlopend de figuur van de leider der N.S.B. ver­heerlijkt wordt en de ideologie van den bezetter wordt aange­hangen”.

 

Voortvluchtig

Ook het Directoraat voor Bijzonder Rechtspleging start een onderzoek naar de collaboratie van Went. De zaak is echter nimmer gesloten omdat Went voortvluchtig is. En dat is vreemd. In januari 1952, dus precies vijf jaar na zijn veroordeling door de Zuiveringsraad, meldt zich bij het Beheersinsti­tuut een Bussumse notaris met een volmacht dat hij mag optre­den als behartiger van Went. De verklaring is onderte­kend, München, januari 1952. Eventuele opsporingsambtenaren wordt het in decem­ber 1952 nog gemakkelijker gemaakt, dan ontvangt het beheersin­stituut een brief van de N.V. Ne­derl. Mij der Nillmij van 1859 “Inzake verze­kering nr. 7583 H ten name van de Heer Ir. N.Went, Ottin­gen­strasse 48, München”. De opsporingsactiviteiten staan blijkbaar op een laag pitje.

Het Beheersinstituut handelt haar zaak verder af; de inboedel en panden van Went worden verkocht. In een brief van 17 september 1959, meldt de bankier op het bijkantoor van de Amsterdamse Bank te Bussum zich: “…De genoem­de in het bui­tenland verblijvende Heer Went verzoekt mij zijn belangen waar te nemen met betrek­king tot zijn onder beheer gesteld vermogen. Beleefd verzoek ik U mij de rekening en verantwoording van dit beheer te doen.”

Na aftrek van gemaakte kosten ontvangt Went uitein­delijk circa 4 duizend gulden via zijn rekeningnummer van de Am­sterdamse Bank.

Went heeft inmiddels in Beieren een nieuw bestaan opgebouwd. Hij drijft er een garage en benzinestation onder de naam “Autonic” en verhuurd er een vakantiewoning.

In 1984, een jaar na het overlijden van zijn vrouw – publiceert Went weer een boek, een trilogie. In 1994 verschijnt het boek met zijn levensverhaal. Een nieuw boek staat op het punt van verschijnen. Het komt er echter niet van, geen uitgever wil het hebben.

Went overlijdt in vermoedelijk begin 2000.

1. Op basis van een vorige versie van dit artikel is een publicatie geschreven die verschenen is in de Gooi & Eemlander dd 17 juli 1999.

[2]. Marius Lodewijk Quirin van Ledden Hulsebosch (Amsterdam, 6 oktober 1904 – Almelo, 2 april 1991) is de zoon van een toentertijd zeer bekend chemicus in dienst van Politie van Amsterdam. Hij had een laboratorium aan huis en onderzocht allerlei met misdaad van doen hebbende zaken. Vader Van Ledden Hulsebosch heeft een aantal spannende zaken te boek gesteld in Veertig jaar speur­derswerk.

[3]. Else Marie Margaretha Olga Kirchhoff, Steijr (Oostenrijk) 1898-1983.

[4]. K.v.K. Hilversum dossier No.: 9527 Autonic.

[5]. Het NIOD bewaart verschillende archiva­lia van en over hem, behal­ve twee exem­plaren van het bewuste boekje, ook enkele brieven van Went aan zijn vrouw, diverse brochures die Went geschre­ven heeft en een dagboek. Overige vindplaatsen zijn: ministerie van Justitie, Ministerie van Economische Zaken, het Archief van het Nederlands Beheersinstituut dat in het Nationaal Archief wordt bewaard.

[6]. Het NIOD bewaart van beide drukken een exemplaar. De eerste druk (1941) van het boekje heeft een zwarte band. Het heeft hetzelfde formaat als de tweede druk. De foto van de Leider ontbreekt, evenals de naam Autonic als uitgeve­rij. Op de titelpagina staat ver­meld Bloei­maand 1941. In beide boekjes zijn gedichten opgenomen met de naam N. Colas=Nicolaas Went. Het boekje uit 1941 telt 75 pagina’s, het boekje uit 1942 131: het bevat meer foto’s en er zijn een aantal hoofdstukken toegevoegd.

[7]. De Daad. Weekblad voor het Gewest Noord Holland der NSB. 9e jrg, vrijdag 8 mei 1942, pag. 6.

8. NIOD, MAP nr. 21d: NSB Propaganda. Twee reacties op de advertentie en een korte beoordeling van het boekje d.d. 7 Bloeimaand [mei] 1942. De reactie van J.M. Werner, directeur materiaal n.a.v. een adver­tentie in De Daad en een n.a.v. Volk en Vaderland 10e jrg. no. 19 blz. 7 een advertentie waarin de verschijning van “Het boek van 10-14 Mei 1940” wordt aangekondigd en dat blijkbaar – er wordt uit geciteerd – hetzelfde boekje is.

[9]. Niod NSB-archief map 58b Financiën en administratie. Correspondentie jul-dec 1942. Brief Uitgeverij Autonic aan F.W. van Bilderbeek, gemachtigde van de Financiën, dd 28.9.42. en de reactie daarop van F.W. van Bilderbeek dd 5 Zaaimaand [oktober] 1942. “…dat door de Bewe­ging geen exemplaren van het bewuste boekje bij den boek­handel zijn opgekocht…”

10. Brief van Nic. Went aan HvdV d.d. 13 januari 1998. Bezit hvdV

11. Een jaar lijfwacht van den Leider. Door Ing. Nic. Went, hopman der W.A., b.d. 1940 29 november 1941. z.j. z.p.(K 678)

12. Ministerie van Justitie. Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging, dossier Went.

13. Het jaar van verschijnen van Een jaar Lijfwacht van den Leider is dus 1941, in Bussum.

14. Van zijn vlucht uit Nederland doet Went verslag in het autobiografische boek “Bayern is des Beste von der Suppn. Wahre Geschichten.1994.ISBN 3-86137-111-1

15. Archief Beheersinstituut. Brief van J. Koster, Accountant in Amsterdam, d.d. 25 november 1945 gericht aan het Beheersbureau.

Posted in onderzoek and tagged .